Voorrang van rechts: de regel en de uitzonderingen
Op een kruispunt zonder borden, haaientanden of verkeerslichten gaat verkeer van rechts voor. Zo werkt de regel, en hier wijkt hij af.
Laatst bijgewerkt:
De regel
Op een kruispunt verleen je voorrang aan bestuurders die van rechts komen. Dat staat in artikel 15 van het RVV 1990.
De regel geldt alleen als niets anders de voorrang regelt. Een verkeersregelaar, verkeerslichten, voorrangsborden en haaientanden gaan voor. Zie je een bord Einde voorrangsweg, dan geldt bij het volgende kruispunt zonder borden weer gewoon rechts voor.
Wie telt als bestuurder?
Iedere weggebruiker behalve een voetganger. Dus ook fietsers, bromfietsers, ruiters en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig. Komt een fietser van rechts, dan gaat de fietser voor. Het soort voertuig maakt niet uit.
De uitzonderingen
- Trams: je laat een tram altijd voorgaan, uit welke richting hij ook komt.
- Onverharde weg: wie van een onverharde weg komt, laat het verkeer op de verharde weg voorgaan.
- Uitrit of erf: rijd je een uitrit of een erf af, dan laat je al het verkeer op de weg voorgaan.
Zo pas je het toe
- Kijk eerst of er borden, haaientanden of verkeerslichten zijn.
- Zijn die er niet: kijk of er een tram aankomt. Die gaat voor.
- Laat daarna iedereen voor die van rechts komt.
- Komt er iemand van links, dan moet die jou voor laten gaan. Rijd door, maar blijf opletten of die ander dat ook doet.
Oefen het zelf
Drie vragen uit RijGo, met uitleg na elk antwoord.